Speculatie: In de kern is speculatie een bewuste gok op de richting van de markt. Speculanten proberen te voorspellen of de prijs van een aandeel, valuta, grondstof of cryptomunt gaat stijgen of dalen. In tegenstelling tot traditionele beleggers, zijn speculanten niet geïnteresseerd in het jarenlang vasthouden van een bezit of het ontvangen van dividend. Hun focus ligt op volatiliteit: hoe sterker een koers schommelt, hoe groter de kans op winst (en verlies). Speculatie rust zelden op de fundamentele gezonde cijfers van een bedrijf, maar leunt sterk op marktsentiment, nieuwsfeiten en psychologische trends. Derivaten: Een derivaat is een financieel contract tussen twee of meer partijen waarvan de waarde gekoppeld is aan de prijs van een ander product: de onderliggende waarde. Dit kan van alles zijn, zoals aandelen, obligaties, grondstoffen (goud, olie, graan), valuta, rentestanden of zelfs cryptomunten. In het contract wordt vastgelegd welke rechten of plichten de partijen hebben op een specifiek moment in de toekomst. Omdat je met een derivaat niet het bezit zelf koopt, maar een afspraak over de toekomstige waarde ervan, zijn deze producten uiterst flexibel en liquide. Deze instrumenten vormen de ruggengraat van zowel risicobeheer als speculatie op wereldwijde markten. In essentie zijn derivaten afgeleide producten. Ze bezitten geen zelfstandige waarde, maar hun prijs wordt bepaald door het verloop van de onderliggende waarde. De handel in derivaten maakt gebruik van specifieke contractvormen (instrumenten) en technieken (tools) De vier kerninstrumenten voor derivatenhandel zijn: Opties: Contracten die de koper het recht geven (maar niet de plicht) om een actief tegen een vooraf bepaalde prijs te kopen (call-optie) of te verkopen (put-optie) binnen een bepaalde termijn. Futures (Termijncontracten): Bindende overeenkomsten waarbij partijen verplicht zijn om een actief op een vaste datum in de toekomst te verhandelen tegen een prijs die nú wordt vastgesteld Swaps: Ruilcontracten waarbij partijen kasstromen met elkaar uitwisselen, zoals het ruilen van een variabele rente tegen een vaste rente (renteswap) om renterisico's te neutraliseren. CDF's (Contracts for Difference): Contracten waarbij het verschil in waarde van een actief tussen het openings- en sluitingsmoment van de transactie wordt afgerekend. Dergelijke instrumenten worden gebruikt door verschillende marktpartijen. Grofweg vallen de gebruikers en hun methoden uiteen in drie categorieën: Hedgers (risicomijdende partijen) Zo kan een luchtvaartmaatschappij futures gebruiken om de olieprijs voor het komende jaar vast te zetten, zodat ze geen last heeft van plotselinge prijsstijgingen aan de pomp. En een boer kan de verkoopprijs van zijn graanoogst vooraf vastleggen om zich te beschermen tegen een prijsval. Dit betekend wel dat men in sommige gevallen met futures slechter af is als de markt precies de andere kant op draait. Speculanten (Risicozoekende partijen) Speculanten proberen juist te profiteren van de prijsbewegingen die hedgers proberen te vermijden. Zo kopen ze bijvoorbeeld opties of futures met een sterke hefboomwerking. Omdat ze de onderliggende producten niet fysiek hoeven te bezitten of op te slaan, kunnen ze met relatief weinig kapitaal grote posities innemen en snel in- en uitstappen bij koersschommelingen. Arbitrageurs (Markt-optimaliseerders) Dit zijn vaak grote institutionele partijen, zoals investeringsbanken en hedgefonsen. Wat ze doen is dat ze zoeken naar kleine, tijdelijke prijsverschillen tussen het derivaat en de onderliggende waarde op verschillende markten. Door het derivaat te kopen en gelijktijdig het onderliggende aandeel te verkopen (of andersom), strijken zij een nagenoeg risicoloze winst op, wat bijdraagt aan een efficiëntere prijsvorming op de markt. De hefboomfunctie, handelen met geleend geld... In essentie is een hefboom een lening van de broker (de handelsbrief) aan de speculant. De speculant legt zelf een klein percentage van de totale waarde van de transactie in. Dit eigen geld dient als een borgsom en wordt de margin (marge) genoemd. De broker schiet de rest van het bedrag voor. Hefboomeffecten worden uitgedrukt in verhoudingen, zoals 1:5, 1:20, of zelfs 1:100.Bij een hefboom van 1:10 is elke euro van de speculant tien euro waard op de markt. Om een positie van €10.000 te openen, hoeft de speculant dus maar €1.000 aan eigen geld (margin) in te leggen. Wanneer het (onderliggende) product met een verhouding van 1/10 1% daalt, werkt de hefboom ook de andere kant op. Die van die €100 die de speculant heeft ingelegd om een positie van €1000 te bemachtigen is nu nog maar €90 over. De speculant ervaart dan een 10% daling op zijn inleg. Stel dat de positie ineens nog veel meer verslechterd en 10% daalt. Dan treed het ingebouwde vangnet in werking wat men de Margin call / Liquidatie noemt. De Margin Call en Liquidatie Omdat de broker het geld uitleent, wil deze niet het risico lopen dat de speculant méér geld verliest dan hij bezit. Als de koers in het bovenstaande voorbeeld met 10% daalt, is het verlies €100. Dat is exact gelijk aan de volledige eigen inleg van de speculant. Zodra het verlies de buurt van de ingelegde borg (margin) nadert, treden de veiligheidstools van de broker in werking: Margin Call: De broker stuurt een automatische waarschuwing: de speculant moet direct extra geld storten om de mislukte positie open te houden. Automatische liquidatie (Stop out): Als de speculant geen geld bijstort en de koers blijft dalen, sluit de broker de positie direct en automatisch af. De speculant is zijn volledige inleg (€100) kwijt, maar de broker heeft zijn uitgeleende geld veiliggesteld. Shorten of short gaan Short gaan is een methode waarbij een speculant geld verdient wanneer de koers van een aandeel of andere activa daalt. Waar een traditionele belegger "long gaat" (goedkoop kopen, duur verkopen), doet een short-seller exact het omgekeerde: duur verkopen, om daarna goedkoop terug te kopen. Het principe van short gaan is gebaseerd op het verhandelen van spullen die je (nog) niet bezit. In de traditionele aandelenmarkt verloopt dit proces via de broker als volgt: De speculant verwacht dat aandeel X (dat nu op €100 staat) gaat dalen. Hij leent via zijn broker 10 aandelen X van een andere partij (vaak een langetermijnbelegger die de aandelen toch tijdelijk vasthoudt).Direct verkopen: De speculant verkoopt deze 10 geleende aandelen direct op de markt voor de huidige prijs van €100 per stuk. Hij ontvangt dus €1.000 cash.Wachten op de daling: De koers van het aandeel daalt inderdaad naar €60.Terugkopen en teruggeven (Covering): De speculant koopt de 10 aandelen nu op de markt terug voor de lagere prijs van €60 per stuk. Dit kost hem €600. Hij geeft de 10 aandelen netjes terug aan de partij van wie hij ze geleend had. De winstberekening: De speculant ontvangt €1.000 bij de verkoop en betaalde €600 bij de terugkoop. De winst is €400 (min een kleine vergoeding voor het lenen van de aandelen). Hoewel ik had beloofd om beursindex, participaties, NAV ook uit te leggen, is deze post al weer behoorlijk lang geworden. Deze onderwerpen schuiven dus nog even door. Tevens zal ik op verzoek van @JackpotEnschede binnenkort ook BDC's uitpluizen en uitleggen! Disclaimer; Mijn kwalificaties zijn WFT-Basis, WFT consumptief krediet en WFT schade particulier. Op moment van schrijven ben ik niet meer PE compliant. Ik ben dan ook GEEN financieel adviseur. De verstrekte informatie is GEEN financieel advies. Deze informatie is puur informatief en educatief. Het is ten sterkste aan te raden om zelf onderzoek te doen of een financieel adviseur te raadplegen. Aan beleggen zijn risico's verbonden. In het verleden behaalde resultaten zijn geen garanties voor de toekomst. Je kunt je inleg verliezen. - Casino Specialist
Door
Casino Specialist , · Geplaatst 50 minuten geleden 50 min